Hans Renders over A.M.

Door: Hans Renders (Historisch Nieuwsblad 7/2001)

“A.M. de Jong, geboren in 1888 te Nieuw-Vossemeer in Noord-Brabant, is onvoorstelbaar productief geweest: als onderwijzer, schrijver van romans, kinderboeken, criticus en samen met Koos Vorrink als oprichter van het tijdschrift De Nieuwe Stem.
Toen hij in 1917 onder de wapenen werd geroepen, begon hij onder zijn pseudoniem Frank van Waes kritische cursiefjes over het leger in Het Volk te publiceren. Hij werd ervoor gearresteerd en in het gevang gezet. Na zijn diensttijd ging hij aan de slag als chef-binnenland bij Het Volk, even later als kunstredacteur, wat hem de de vrijheid gaf veel thuis te werken.
        De Jong is vaak aangevallen op zijn werk als criticus, hij zou partijpolitieke en andere belangen zwaarder hebben laten wegen dan literaire. Siegfried van Praag heeft daar in een interview een vileine anekdote over verteld. Toen Querido hem rond 1930 vroeg zijn boeken voortaan bij Querido uit te brengen, zei Van Praag bezorgd tegen de uitgever: ‘U geeft toch de grote auteur en criticus A.M. de Jong uit die me altijd afbreekt?’. Querido antwoordde: ‘Maakt u zich daar niet ongerust over.’ Sindsdien heeft Van Praag alleen maar mooie recensies van De Jong gehad.
Het grote succes van De Jong bestond natuurlijk uit de vier romans in de serie Merijntje Gijzen’s jeugd, later gevolgd door nog eens vier delen onder de titel Merijntje Gijzen’s jonge jaren. Naar schatting werden bij leven van De Jong alleen al bijna een half miljoen Merijntje Gijzens verkocht. Uiteindelijk werd de schrijver een machtig man als bestseller-auteur, criticus en partijman van de SDAP. Hij stond op goede voet met Troelstra, en als er in linkse kringen over werd gedacht Trotski naar Nederland te halen, werd De Jong geconsulteerd.
Maar zelfs in socialistische kring begon jaloezie over de grote populariteit van de volksschrijver de kop op te steken. Dat was waarschijnlijk de reden dat hem de redacteurspost bij de Socialistische Gids geweigerd werd. Geen nood. In 1927 richtte De Jong samen met Emanuel Querido het politiek-literaire tijdschrift Nu op. Er ontstond in literair Nederland een enorme weerzin tegen Nu en de polemische toon tegen het literaire establishment die erin aangeslagen werd, culminerend in het pamflet aNti-schUnd waarin uiteenlopende schrijvers als Marsman, Ter Braak, Wichman, Albert Kuyle en Du Perron hun gram haalden. Albert Kuyle schreef dat ze De Jong vanwege zijn lange saaie boeken maar moesten ‘lynchen’.
Toen de Duitsers Nederland binnenvielen, probeerde het gezin De Jong via IJmuiden naar Engeland te vluchten. Nu is er geen enkele reden om te twijfelen aan de relativering door de biograaf – neef Mels de Jong – van A.M. de Jongs melding bij de Kultuurkamer – zijn boeken werden door diezelfde Kultuurkamer verboden en De Jong zou in de loop van de oorlogsjaren, tot aan zijn dood in 1943 aan 43 mensen korte of lange tijd onderdak verlenen. Toch zou ik zulke informatie nooit uitsluitend ontlenen aan een brief van een zoon van A.M. de Jong, zoals de biograaf dat wél doet.

De Jong werd in juli 1942 opgepakt als ‘preventief gijzelaar’. Dankzij een doktersverklaring kwam hij na enkele dagen alweer vrij. Toen het verzet in Blaricum een aanslag pleegde op een NSB’er, verordonneerde de SS een Silbertanne-actie, hetgeen betekende dat voor elke vermoorde NSB’er drie Nederlanders werden opgeofferd. De aanslag was niet geslaagd, dus werd met één slachtoffer volstaan.

Op een avond belden twee Nederlandse SS’ers aan bij huize De Jong, met het smoesje dat er iets mis zou zijn met de verduistering. De Jongs echtgenote vertrouwde het zaakje niet en voelde de spanning, maar bood de twee toch een kop thee aan. Vanuit de keuken hoorde ze zeggen: ‘Nou, meneer De Jong, tot ziens.’ Het geluid van de voordeur die opengaat klonk, en toen vielen er twee schoten. Aan de wens van Albert Kuyle was uiteindelijk toch gehoor gegeven.

Op 10 december 1962 werd een van De Jongs moordenaars geïnterviewd in de Haagse Post. Over zijn slachtoffer oordeelde hij: ‘Een goed schrijver, maar hier en daar wat tendentieus.’

Een uitspraak waar veel over te zeggen valt, maar neef en biograaf kende het interview niet of vond het niet de moeite waard eraan te refereren. Ook is het verbazingwekkend dat biograaf Mels de Jong, vertaler van Paul Léautaud en onder het pseudoniem Ed Jongma recensent van Franse literatuur, de wederwaardigheden van zijn energieke oom in zulk gruwelijk ambtenarenproza te boek heeft gesteld.”
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Maak je eigen website aan bij WordPress.com
Aan de slag
%d bloggers liken dit:
search previous next tag category expand menu location phone mail time cart zoom edit close